Waarom heet mijn praktijk ‘Zelf in beweging’?

Het is geen toeval. Als klein meisje kende ik ‘zelf doen’ al… Ik wilde niet het gebaande pad bewandelen, wilde graag rechtsaf als iedereen links ging…Binnen mijn opvoeding was daar vaker niet dan wel ruimte voor. Ik leerde me al vroeg aanpassen aan het gezin, aan de richting die mijn ouders bepaalden.

Als kind speelde ik heel veel buiten, wij hadden geen TV maar wel een ruime tuin en magischer nog, ik woonde tegenover een kerk én een ziekenhuis. Beide terreinen daagden ons uit om verstoppertje te spelen. Zeker toen het ziekenhuis verhuisde en het pand jaren leeg bleef staan. Niets zo spannend als, in een dicht getimmerd gebouw met operatiezalen, creepy kelders en grote zalen, in spanning af te wachten of je wel gevonden werd. Verstoppertje in en rondom de kerk was bijna net zo spannend want de koster hield ons scherp in de gaten. Hij zat natuurlijk helemaal niet te wachten op gespuis in zijn kerk. Op een dag lag ik verstopt op een van de kerkbanken en keek ik naar het enorm hoge plafond van het middenschip. Opdat moment viel er door het glas in lood raam een stralende bundel licht naar binnen. Ik verbond dat licht aan God’s aanwezigheid in de kerk. Ik voelde me verbonden met die baan van licht en wilde maar één ding: Non worden! Want ik dacht dat dat de enige manier was om in contact te zijn in en met dat licht. Non ben ik niet geworden maar mijn verlangen in contact te blijven met dat licht is nooit meer weggegaan. Sterker nog, het heeft me instaat gesteld mijn opvoeding te overleven en vertrouwen te hebben in het licht in mij en om mij heen. En juist dat licht, zonlicht, is voor mij zo ontzettend belangrijk gebleken. Het heeft me bijgelicht in donkere dagen, licht geworpen op mijn pad, me geholpen om licht op mijn schaduw te laten schijnen.

Toen ik jaren later in aanraking kwam met psychosynthese vielen puzzelstukjes op hun plek. Hoewel ik in het begin niet zoveel snapte van de woorden ‘transpersoonlijke psychologie’ en persoonlijkheid en Hoger Zelf, en ‘alles mag er zijn’ voelde ik me thuiskomen. Kalm aan ontwikkelde ik vertrouwen dat echt alles er mag zijn, mijn schaduw én mijn licht, mijn mooie én mijn minder mooie kanten, mijn kwaliteiten én mijn licht. Het Zelf kreeg een betekenis. Het staat voor het transpersoonlijke, het kosmische, voor mijn eigen innerlijk licht. In die verbinding ontstond transformatie, kon ik me los maken van wat ik dacht te zijn, ingegeven door de boodschappen van thuis, tot de mens die ik werkelijk en in wezen ben.

Ben ik nu af? Nee hoor natuurlijk niet. Het lopen van een  proces maakt niet dat als je iets doorleefd hebt je je er nooit meer last van hebt. Het maakt wel dat de boosheid, pijn en eenzaamheid anders wordt. Zachter, ronder en makkelijker te aanvaarden.  Met de wijsheid van nu, durf ik te zijn: Geworteld in de aarde en verbonden aan de zon.